Macedonië Therapie            Start
Omhoog                                                                   

Psycho-punctuur Acupunctuur Voedingsadvies Anti-Aging Macedonië Therapie Fysiotherapie Massage Mental Coaching

      

 
 
 
Dystrofie (CRPS of Sudeckse dystrofie)

Dystrofie ofwel Complex Regionaal Pijnsyndroom (CRPS1) is een chronische aandoening die gepaard gaat met veel pijn, zwellingen en temperatuurverschillen in armen of benen. Andere symptomen die kunnen optreden zijn bewegingsbeperkingen, een verandering in het zweetpatroon, verkramping van handen en voeten (dystonie) en veranderingen in huid, haargroei en nagelgroei.

CRPS1 stond voorheen overigens bekend onder de naam posttraumatische dystrofie (PD), Südeckse dystrofie of sympathische reflexdystrofie. Het is niet bekend waarom sommige mensen onder bepaalde omstandigheden CRPS-1 ontwikkelen als complicatie van een breuk of kneuzing en andere mensen onder dezelfde omstandigheden deze invaliderende complicatie juist niet ontwikkelen.

Dystrofiepatiënten worden in deze praktijk vanuit verschillende disciplines behandeld. Vaak wordt eerst acupunctuur gebruikt om de pijn te bestrijden, voorafgaand aan de oefentherapie of manipulaties, maar ook om de doorbloeding te verbeteren. Bij jarenlange klachten vult ze de behandeling aan met opbouwende Chinese kruiden, die de doorbloedingverbetering ondersteunen. Er moet (met beleid en overleg) getraind en geoefend worden om zo weer de conditie op te bouwen.

Ook emotioneel is de behandeling van dystrofie aangrijpend.

Patiënten met chronische (extreme) pijn kunnen bij Praktijk Rodenrijs terecht voor individuele begeleiding en advies.

 

 
Macedonië Therapie (= transpositioneren)
Dystrofie - patiënten worden op een vakkundige manier, tijdens de eerste afspraak, gescreend op geschiktheid voor de Macedonië therapie (transpositioneren).
 
Sedert 2002 is Ineke van den Berg twee dagen per week als onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Medisch Centrum te Rotterdam.

Hier doet zij, als epidemioloog,  wetenschappelijk  onderzoek naar alternatieve geneeswijzen en pijn. Zo kwam zij in 2003 onder meer als onafhankelijk waarnemer, via een reis naar Macedonië, in contact met de dystrofietherapie van mw. Shinka. Deze behandeling bestaat voornamelijk uit het transpositioneren, losmaken en manipuleren van de zachte weefselstructuren rond het gebied van het aan de dystrofie voorafgaande trauma. Samen met haar collega Liesbeth Wagter behandeld ze zo nodig ook met de Macedonië-therapie. Deze behandeling is vaak pijnlijk, maar blijkt noodzakelijk. De, door het trauma en de dystrofie gerelateerde pijnen, aangenomen dwangstand wordt zo actief benaderd en zo mogelijk gecorrigeerd.

Het gehele behandelprotocol vraagt veel actieve betrokkenheid en doorzettingsvermogen van de patiënten, maar omdat de belastbaarheid van het aangedane lichaamsdeel vaak snel reageert met normalisering van de temperatuur en de pijn, zijn de patiënten daar zeer gemotiveerd mee bezig.

Het is erg belangrijk dat de huisarts bij deze patiënten, die al zoveel geprobeerd hebben, op de hoogte en zo mogelijk betrokken is bij deze “nieuwe“ therapie. Het is namelijk van belang dat bij veranderingen in de pijn en doorbloeding, maar ook in de spierkracht en belastbaarheid onder supervisie van de huisarts aanvullende farmacologische, psychologische en/of fysiotherapeutische behandelingsvoorstellen worden geïnitieerd, begeleid en gecontroleerd.

PEPT

PEPT staat voor Pain Exposure of Physical Therapy Deze behandeling bestaat voornamelijk uit het transpositioneren, losmaken en manipuleren van de zachte weefselstructuren rond het gebied van het aan de dystrofie voorafgaande trauma. Deze behandeling is vaak pijnlijk, maar blijkt noodzakelijk. De, door het trauma en de dystrofie gerelateerde pijnen, aangenomen dwangstand wordt zo actief benaderd en zo mogelijk gecorrigeerd. De aangedane voet wordt zo snel mogelijk weer functioneel belast.

Deze methode wordt inmiddels toegepast door verschillende behandelaars in Nederland, onder meer in Hoogeveen.

Dystrofiepatiënten worden in onze praktijk vanuit verschillende disciplines behandeld. Vaak gebruikt zij voorafgaand aan de manipulaties eerst acupunctuur om de pijn te bestrijden, maar ook om de doorbloeding te verbeteren. Bij jarenlange klachten gebruikt zij ook opbouwende Chinese kruiden, die de doorbloedingverbetering ondersteunen. Er moet (met beleid en overleg) getraind en geoefend worden, vaak onder leiding van een fysiotherapeut, collega Liesbeth Wagter, om zo weer de conditie op te bouwen. De behandeling van Liesbeth Wagter bestaat uit PEPT, kinesio-taping, bindweefselmassage en balanstraining om pijn te verminderen en belastbaarheid te optimaliseren.

Het gehele behandelprotocol vraagt veel actieve betrokkenheid en doorzettingsvermogen van de patiënten, maar omdat de belastbaarheid van het aangedane lichaamsdeel vaak snel reageert met normalisering van de temperatuur en de pijn, zijn de patiënten daar zeer gemotiveerd mee bezig.

Voor ons is het erg belangrijk dat de behandelend arts bij deze patiëntengroep, die al zoveel geprobeerd heeft, op de hoogte en zo mogelijk betrokken is bij deze “nieuwe” therapie. Het is namelijk van belang dat bij veranderingen in de pijn en doorbloeding, maar ook in de spierkracht en belastbaarheid onder supervisie van de arts aanvullende farmacologische en of fysiotherapeutische behandelingsvoorstellen worden geïnitieerd, begeleid en gecontroleerd.

Behandeling met acupunctuur

Algemeen

Onderzoek naar Traditionele Chinese geneeswijzen bij chronische inflammatoire aandoeningen, waaronder het complex regionaal pijnsyndroom (CRPS1).

Het immuno-suppressieve effect van acupunctuur, zoals beschreven in de klassieke Chinese leerboeken, is voor complex regionaal pijnsyndroom type 1 (CRPS1) nog niet goed onderzocht. Niettemin resulteerde acupunctuur bij deze aandoeningen wel in meetbare pijnverlichting.

Als een mogelijk mechanisme dat ten grondslag zou kunnen liggen aan het waargenomen effect voeren wij aan dat het vaatverwijdende neuropeptide CGRP vrijkomt onder invloed van de acupunctuurbehandeling. Wat dit betreft zou acupunctuur als onderhoudsbehandeling een gunstige invloed kunnen hebben op het verminderen van de ontsteking en daarmee de pijn.

Dystrofie en problemen rond de menstruatie cyclus

Dystrofie of Complex Regionaal Pijnsyndroom (CRPS1) is een chronische aandoening die gepaard gaat met veel pijn, zwellingen en temperatuurverschillen in armen of benen. Andere symptomen die kunnen optreden zijn bewegingsbeperkingen, een verandering in het zweetpatroon, verkramping van handen en voeten (dystonie) en veranderingen in huid, haargroei en nagelgroei. CRPS1 stond voorheen overigens bekend onder de naam posttraumatische dystrofie (PD), Südeckse dystrofie of sympathische reflexdystrofie. Het is niet bekend waarom sommige mensen onder bepaalde omstandigheden CRPS-1 ontwikkelen als complicatie van een breuk of kneuzing en andere mensen onder dezelfde omstandigheden deze invaliderende complicatie juist niet ontwikkelen. Vroege herkenning van CRPS1 is echter belangrijk, omdat men in dat geval snel met de behandeling te beginnen. Hierdoor kan mogelijk worden voorkomen dat het ziektebeeld ernstiger wordt. De diagnose CRPS-1 wordt overwegend gesteld op grond van de klachten en het lichamelijk onderzoek. Er zijn momenteel geen laboratoriumtesten voorhanden om de diagnose te bevestigen. Wel is bekend dat rond 75% van de CRPS1 patiënten vrouw is.

Bijgaand patiënt-controle onderzoek onderzocht of een vooraf omschreven menstruatieverstoring - zoals beschreven in de Traditionele Chinese Geneeswijze (TCG) - kon worden geassocieerd met het risico op het ontwikkelen van CRPS1. De pilot-studie beschrijft een groep van 34 vrouwen die lijden aan CRPS1, en gediagnosticeerd door een anesthesist, en een controle groep van groep van 147 willekeurig geselecteerde andere vrouwen die niet aan CRPS1 lijden. Beide groepen vulden een vragenlijst in over 59 mogelijke symptomen bij een menstruatiecyclus. Uit de statistische analyse van de antwoorden hierop bleek dat de vrouwen met CRSP1 5,2 keer vaker de specifiek beschreven menstruatiestoornis hadden dan de vrouwen uit de controlegroep. De resultaten tonen aan dat de in de TCG beschreven, aan CRPS gerelateerde menstruatieverstoring is geassocieerd met de ontwikkeling van CRPS1 ooit. Toepassing van de uitkomsten van deze vragenlijst, zoals die gebruikt wordt in de anamnese in de TCG praktijk, zou kunnen bijdragen aan het tijdig herkennen en diagnosticeren van vrouwelijke CRPS1 patiënten.

Wetenschappelijke publicatie dystrofie

Complex regional pain syndrome type 1 may be associated with menstrual cycle disorders: a case-control study

Background Complex regional pain syndrome type 1 (CRPS1) can develop after severe trauma or surgery in the limbs, and presents with chronic, changes in temperature, edema and dysfunction. Seventy-five percent of CRPS1 patients are female. While neurological and inflammatory components have been proposed, the etiology remains unclear. No consensus on optimal management of CRPS1 exists.

In traditional Chinese medicine, menstrual disorders are related to the state of women's constitution and therefore identify their pain patterns. A classification by constitution might improve the pain management in CRPS1 patients. It is unknown whether associations exist between menstrual-cycle-conditions and CRPS1.

Aim To investigate whether a specified menstrual condition is associated with the risk of developing CRPS1.

Methods A population-based case-control study of CRPS1 was conducted among Dutch women aged 18-82; i.e. 34 women with CRPS1 and 147 controls. A standard questionnaire consisting of 59 menstrual-cycle-symptom-based questions was administered. From this questionnaire, 15 CRPS1-related questions (DRQ 15) were analyzed. We used multivariate logistic regression to obtain odds ratios and 95% confidence intervals (CI) for specified menstrual disorders adjusting for age, oral contraceptives, hysterectomy and age at menarche 12 and 17 years.

Results On the basis of the DRQ 15, women with CRPS1 were 5.3 (95%CI 2.1, 12.9) times more likely to have menstrual disorders than comparable controls.

Conclusion Our results suggest that selected menstrual conditions are associated with the risk of developing CRPS1.

Reacties in de Media
 
Pijnlijke therapie voor doorzetters
 
Kritische noot bij artikel in Medisch Contact 11-03-2004

In Medisch Contact nr. 11 dd 12 maart jl. schrijven J.W. Ek en J.C. van Gijn over wonderbaarlijke genezingen bij patiënten met posttraumatische dystrofie.

Gaandeweg het artikel spreken zij over 39 patiënten die door hen ‘onderzocht’ zijn nadat een of meerdere behandelingen in Macedonië hadden plaatsgevonden.

Bij nadere bestudering blijkt echter dat dit relaas bestaat uit een drietal delen:
1.
                 retrospectieve studie van 12 patiënten
2.
                 eigen observatie ter plekke bij de behandeling van 6 patiënten
3.
                 toegestuurde enquête bij 18 patiënten

De auteurs trekken conclusies op basis van een bonte verzameling gegevens en stellen daarom terecht dat de bevindingen niets zeggen over de oorzaak van het complex regionaal pijn syndroom (CRPS). Criteria waaraan een patiënt moet voldoen om het predikaat CRPS te krijgen, zijn vastgelegd door de IASP. Verschillende stadia in de aandoening (koude of warme ‘dystrofie’; acute, intermediaire of chronische fase) en subpopulaties patiënten zijn uitvoerig beschreven.

Het opheffen van een locale blokkade, datgene wat mevrouw Sjinka ons inziens doet, zou inderdaad bij een subgroep van de CRPS patiënten van cruciaal belang kunnen zijn en kan het begin van een periode van herstel zijn. De auteurs laten vervolgens volstrekt onderbelicht dat dit traject goed begeleid moet worden, immers, voornoemde patiënten hadden allen het stadium van ogenschijnlijk onomkeerbare chroniciteit ruimschoots bereikt!

De auteurs claimen dat de methode ‘Sjinka’ wel significante effecten heeft op het voortbestaan van de aandoening. Wij denken dat dit met de aan de lezer gepresenteerde gegevens volstrekt onmogelijk is:

Ad 1. Een half jaar nadat patiënten in Macedonië waren behandeld, werd gevraagd een pijnscore tussen 0 en 10 te geven voor de situatie toen (dus voor de behandeling plaatsvond) en nu. Methodologisch is dit onacceptabel. Voorts baseren de auteurs het herstel op een reductie in het aantal hulpmiddelen.

Ad 2. Van de patiënten die begeleid werden op hun reis naar Macedonië ontbreken objectieve en subjectieve meetgegevens vóór, tijdens en na de behandeling(en). Mede door de video-opnames krijgen we een kijkje in de ‘keuken‘ van mevr. Sjinka en wordt duidelijk dat er bewogen en gemanipuleerd wordt door de pijngrens heen. De auteurs vermelden een door hen geobserveerde normalisatie van gevoel, kleur en temperatuur, minder pijn, toegenomen functie en minder medicatie en hulpmiddelen. Echter, ze onderbouwen deze waarnemingen niet met verifieerbare numerieke grootheden.

Ad 3. De resultaten die uit de toegestuurde vragenlijsten van 18 patiënten worden geboekt, volgen retrospectief eveneens de VAS pijn, gebruik van (hulp)middelen en een beschrijving van de functie van de aangedane extremiteit.

De auteurs zijn ons inziens niet verder gekomen dan het onder de aandacht brengen van de methode Sjinka bij CRPS patiënten met een slechte prognose waarvoor momenteel geen adequate behandeling te bieden is. Hoewel zij 39 patiënten beschrijven en getallen van waarnemingen presenteren, is hiermee geen enkel wetenschappelijk bewijs geleverd voor de wonderbaarlijke genezing.

Om veronderstelde effecten objectief vast te kunnen stellen, is onderzoek nodig waarbij patiënten vooraf, tijdens en na de manipulatieve behandeling(en) met een tevoren vastgestelde set van gevalideerde meetinstrumenten gevolgd worden. Te denken valt dan aan het registreren van motorische activiteit, videothermografie, intra- en extracellulaire vochthuishouding en de mate van doorbloeding met geavanceerde meettechnieken. Voorts is het van belang op een gestandaardiseerde manier het uitvragen van pijn, pijnintensiteit en pijnbeleving, kwaliteit van leven en psychisch functioneren te laten plaatsvinden.

Een dergelijke studieopzet past niet in een ‘achterkamer’ en behoort ons inziens in een academische setting thuis. Dat is op de lange termijn meer in het belang van de patiënt en verzekeraars, die ons inziens een cruciale rol kunnen spelen bij de financiering van wetenschappelijk onderzoek. Pas nadat peer reviewed toetsing en publicatie van de aldus verkregen resultaten in een (internationaal) wetenschappelijk tijdschrift heeft plaatsgevonden, zouden pas patiënten en behandelaars in de eerste lijn gezondheidszorg daarvan in kennis moeten worden gesteld. Publicaties zoals ‘Een wonderbaarlijke genezing’ richten zich te veel op (spectaculaire) korte termijn effecten, terwijl een zorgvuldige patiënt begeleiding achterwege blijft.

Ineke van den Berg, acupuncturist / klinisch epidemioloog i.o.
Dr. Freek J. Zijlstra, coördinator klinisch wetenschappelijk onderzoek Anesthesiologie, ERASMUS MC Rotterdam

 
WEGENER DIGITAAL ARCHIEF,        
Datum:    03-02-2005         Copyright Provinciale Zeeuwse Courant
Editie:      PZ (Provinciale Zeeuwse Courant)     
Auteur:    P. Z. HUIBERS
Uitgever:  Provinciale Zeeuwse Courant
 
Anke van Overloop loopt weer,
In de auto voelde ik elke hobbel, door Ingrid Huibers
 
YERSEKE - Bijna dertien jaar lag Anke van Overloop (52) uit Yerseke op de bank. Ze kon amper meer lopen en had de hele dag pijn. Tot ze bijna twee jaar geleden in contact kwam met fysiotherapeute en acupuncturiste Ineke van den Berg. "Ik wist gewoon niet wat me overkwam. Al na een paar maanden kon ik weer een stukje lopen.”
Van Overloop lijdt aan posttraumatische dystrofie (PD). Een ziekte die zich kenmerkt door heftige pijn aan gewrichten of ledematen en krachtverlies van de spieren daar omheen. De oorzaak van posttraumatische dystrofie is niet duidelijk, maar onderzoekers vermoeden dat het gaat om een verkeerde reactie van het lichaam op een operatie of ander letsel aan een van de ledematen.
"Bij mij begon het heel sluimerend”, vertelt Van Overloop. "Ik deed elk jaar een cursus hartmassage en in 1989, ik was 37, kwam ik daarvan terug en toen deden mijn rechterarm en -schouder pijn. En dat ging niet over. De dokter dacht aan een slijmbeursontsteking.”
Het werd erger en erger, tot ze na een jaar of twee hele dagen in bed of op de bank doorbracht. "Ik had zoveel pijn en dan kan je op een gegeven moment niets meer. Als ik in de auto zat voelde ik elke hobbel en een dekbed over me heen kon ik ’s nachts niet meer verdragen.”
Via een huisarts in Goes (’mijn eigen huisarts dacht dat het tussen mijn oren zat’) werd Van Overloop begin 1992 doorverwezen naar een specialist in Arnhem. "Die zei meteen: ’posttraumatische dystrofie’ en gaf me een medicijnenkuur, maar die sloeg niet aan”, zegt ze. "Als je er heel snel bij bent kun je nog genezen, maar ik had al 3,5 jaar met die dystrofie rondgelopen.”
 
Uitbehandeld
Er volgde een tocht langs verschillende specialisten in Arnhem, Rotterdam en Vlissingen. Van Overloop: "En dan ben je op een gegeven moment uitbehandeld en ga je het alternatieve circuit in. Ik ben bij twee acupuncturisten, een homeopaat en een handoplegger geweest. Ik heb zelfs drie weken aan een draad van een wichelroede vastgezeten. En mijn zus heeft bij Jomanda water voor me gehaald, maar dat heeft mijn man per ongeluk voor het bezoek ingeschonken.”
Niets hielp. Na een uitzending van de Evangelische Omroep over pijnbestrijding kwam Van Overloop in een ziekenhuis in Harderwijk terecht. "Daar konden ze wel iets voor me doen. Ik kreeg heel veel medicijnen. Daarmee kon ik een uur of vier per dag op zijn.”
 
Huishouden
Het huishouden deed Van Overloop allang niet meer zelf. "Gelukkig ben ik heel goed opgevangen. Mijn man heeft me altijd gesteund en heel veel voor me gedaan. En mijn twee zoons hebben goed leren koken.”
Via een nichtje dat ook aan posttraumatische dystrofie lijdt, kwam ze in contact met Ineke van den Berg. Zij is als onderzoeker verbonden aan de afdeling epidemiologie van het Erasmusziekenhuis in Rotterdam en heeft in Berkel en Rodenrijs een eigen praktijk voor fysiotherapie en acupunctuur.
"Zij heeft me het eerste halfjaar met acupressuur behandeld’’, vertelt Van Overloop. "En ik moest van haar meteen op de hometrainer om de doorbloeding van mijn benen te verbeteren. Verder moest ik aquarellen gaan maken. Dat is een goede beweging voor mijn arm.”
Ze begon met één minuut fietsten per dag. Nu, bijna twee jaar later, zit ze een halfuur tot drie kwartier op de hometrainer. En de kamer hangt vol zelfgemaakte schilderijen. Van Overloop: "Ik kan nu anderhalve kilometer lopen en ik rijd weer auto. Ik kan weer in mijn eentje naar Goes. Sinds een paar maanden kan ik weer de hele dag op zijn.”
Van den Berg kwam via een reis naar Macedonië als waarnemer voor een verzekeringsmaatschappij in contact met de dystrofietherapie van dokter Shinka. Nu behandelt ze in haar eigen praktijk dystrofiepatiënten vanuit verschillende disciplines. "Ik gebruik acupunctuur om de pijn te bestrijden, maar ook om de doorbloeding te verbeteren”, zegt ze. "En er moet getraind en geoefend worden. Mensen die al jaren in een rolstoel zitten moeten weer conditie opbouwen. Het lijf moet wat op kunnen vangen als ik aan het werk ga.”
Afgelopen november is Van Overloop voor het eerst in dertien jaar weer eens met vakantie geweest. "Wel naar een hotel met een fitnessruimte, want ik moet elke dag op de hometrainer”, vertelt ze. " Sla ik dat één dag over, dan krijg ik meteen weer meer pijn.”
Anke van Overloop moet elke dag een halfuur op de hometrainer om te zorgen voor een goede doorbloeding van haar benen
                                                 
                                                   U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan Ineke van den Berg
                                                                    Laatst bijgewerkt: 03 juli 2011